William

William Henry Roll


Welcome to the new and improved Roll Family Windmill website! We have upgraded our authoring tools to design and create content and present it to you with style. We will be better able to maintain content and share information about the genealogy of the Roll and allied families.


They shall grow not old, as we that are left grow old: Age shall not weary them, nor the years condemn. At the going down of the sun and in the morning, We will remember them. --Laurence Binyon,"Ode of Remembrance"


I have gathered a posie of other men's flowers, and nothing but the string that binds them is mine own. --Michel Eyquem de Montaigne


Documenting your family history is a lifelong pursuit, a task of pleasure and research that is never completely finished.


Not to know one's ancestors, is to be a tree without roots, a stream without a source. --Kung-fut-se


The wind whispers through the trees, recalling words and dreams and memories of those who left us long ago. --Unknown


St. Basil of Caesarea, born about 330 A.D., said, "A tree is known by its fruit; a man by his deeds. A good deed is never lost; he who sows courtesy reaps friendship, and he who plants kindness gathers love."



WeRelate.com

This website was created the old-fashioned way; it has been hand coded.



keep calm



Domine Henricus Janszen Selyns
The Christmastide Wedding Hymn
1636-1701

Spouse(s): Machtelt Specht, Margareta De Riemer
Family tree: Henricus Janszen Selyns 1635-1701


Domine Selyns' seal

Domine Selyns' seal


Domine Henricus Selyns, born in Amsterdam, the Netherlands, in 1636, attended the University of Leyden, was ordained a minister in the Reformed Dutch Church in 1660, and sailed for New Amsterdam, now New York, that same year.

His first congregation was at Breuckelen (Brooklyn), and he also preached at Governor Peter Stuyvesant's chapel. Selyns returned to Holland in 1664, accepting a position at Wavereen, but went back to America in 1682. Later the Domine served the church in New Amsterdam, which was the stone church of St. Nicholas inside the walls of Fort Amsterdam, clearly visible in the left half of the engraving below.


New Amsterdam about 1670

New Amsterdam about 1670


In addition to his pastoral duties, Selyns was Governor Stuyvesant's Latin Secretary. Due to his efforts, in 1696 the Dutch Reformed Church received the first charter in the colony.

After the death of his first wife Machtilda Specht in 1662, he married Margareta De Riemer, my 2nd cousin 10x removed, in 1686.

Selyns the Poet

Domine Selyns was one of the most accomplished scholars of his time; and was a poet and philosopher as well as a divine. Some of his poetry appears at the beginning of Cotton Mather's Magnalia Christi Americana (Vol I). He wrote the hymn "Bruydtlofs-liedt" ("Nuptial Song")* in 1663, for the wedding of Ægidius Luyck and Judith Van Isendoorn, which took place in the Reformed Dutch Church of New Amsterdam 9 Dec 1663.**

_____

* Murphy, Henry Cruse. Anthology of New Netherland, or, Translations from the early Dutch poets of New York: with memoirs of their lives. New York: [Bradford Club], 1865. This book contains Selyns' biography (pp. 79-130) and a number of his poems, including "Bruydtlofs-liedt" (pp. 132-135).

** The New York Genealogical and Biographical Record, Vol. VI, 1875, p. 145. 1663. 9 Decemb. AEgidius Luyck, Rector der Latynsche Schole, en Judith Isendoorn, j. d. Van Deventer. (9 Dec 1663 AEgidius Luyck, Rector of the Latin School, and Judith Isendoorn, [single] young lady from Deventer.)


line


Bruydtlofs-liedt
or "Nuptial Song" Lyrics by by Domine Henricus Selyns, and the music "O Kerstnacht" or "O Christmas Night" by Cornelis Thymenszoon Padbrué.


The same tune was used for Joost van den Vondel's "O Kerstnacht" or "O Christmas Night:"



Selyns' Was Not a Plagiarist!

One indignant gentleman scolded me several years ago, noting that Domine Selyns had lifted the poem from Joost van den Vondel's "O Kerstnacht." But Selyns actually wrote his own lyrics, "Nuptial Song," to fit the tune of the popular anthem "O Kerstnacht."

 The same error is repeated in online sources such as Hymnary.org and The Cyber Hymnal: "The lyrics (for "O Christmas Night," as "Nuptial Song" is sometimes called) are sometimes incorrectly attributed to Henricus Selyns, who brought them to Brooklyn in 1600, and used them with an addition as 'Bridal Torch.'" But it was the tune, not the lyrics, that Selyns brought from the Netherlands. Another problem with these confused "sources" is that lyrics for "Nuptial Song" are not the same composition as "Bridal Torch," which can be found immediately after "Nuptial Song." in Anthology of New Netherland.



A comparison of Selyns' and Van Den Vondel's lyrics

The table below illustrates the originality of the Domine Selyns' composition:

Bruydtlofs-liedt (Nuptial Song)
Domine Henricus Selyn 1636-1701
O Kerstnacht (O Christmas Night)
Joost van den Vondel 1587-1697
O Kersnacht, lichter dan de dagen,
Want Hij, die geen begin der dagen,
Noch eynde heeft tot raensclie wort.
Godt was Hij, maer geen mensch te voren,
En wort tot Bethlehem geboren,
Als 't krnydt van guure kond' verdort.
O Kerstnacht, schoner dan de dagen,
hoe kan Herodes 't licht verdragen,
dat in uw duisternisse blinkt
en wordt gevierd en aangebeden?
Zijn hoogmoed luistert naar geen reden,
hoe schel die in zijn oren klinkt.
Dit rijchste kindt komt arm ter werelt
Meer binnen, als na 't oog bepeerelt
En inaeckt geen wercks van grooten steden
Slechts met dit slechte vleck te vreden,
Met croon en koninglijcke macht,
Daer 't licht schynt midden in der nacht.
Hij poogt de Onnoozle te vernielen
door 't moorden van onnoozle zielen,
en wekt een stad- en landgeschrei
in Bethlehem en op den akker
en maakt de geest van Rachel wakker,
die waren gaat door beemd en wei.
Een maegt blijft maeght, en wordt tot moeder
Des saligmaeckende Behoeder,
Die ons so crachtelijck behoedt,
Dat wy geen doot noch duyvel schroomen;
Begeert men dese Vorst te zoeken;
Syn luyers zyn versleten doecken;
Dan naar het westen, dan naar 't oosten.
Wie zal die droeve moeder troosten,
nu zij haar lieve kinders derft?
Nu zij die ziet in 't bloed versmoren,
aleer ze nauwlijks zijn geboren,
en zoveel zwaarden rood geverfd?
"Want Godt heeft 't vleesche aengenoomen
En worstelt met dit helsch gebroedt.
Een crib syn wieg, en hoy syn bedt.
Syn throon is meerder, als de meeste,
En wordt een mensche by de beesten,
"Wat is 't Hem tot een harde wet?
Zo velt de zeis de korenaren,
zo schudt een bui de groene blaren,
wanneer het stormt in 't wilde woud.
Wat kan de blinde staatzucht brouwen,
wanneer ze raast uit misvertrouwen!
Wat luidt zo schendig dat haar rouwt!
Terwyl men brengt dit kindt te voren,
Komt Luyck en trouwt met Isendooren
Voor dese Chrystelijcke crib;
En vindt, als 't jawoordt was verscheenen
Vleesch van syn vleesch, been van syn beenen,
"Want Judith wort syn tweede rib.
Zy siet de Melk op de tippen?
Van die bestorve en bleeke Lippen,
Gerukt nog vers van ’s moeders borst;
Zy siet de teere Traentjes hangen!
Als dauw aen druppels op de Wangen:
Sy sietse vuyl van bloed bemorst.
Nu zoeckt hij Godt met kuysche minne.
Sy, die voor sulcke crib begin nen,
Zyn beter als dit Bethlehem,
't "Welck Christo weygert plaats te geeven,
Meer dat sy leven naer dit leeven
Met 't kindt in 't Meuw Jerusalem.
De wink-braen dekt nu met zijn boogjes,
Gelooken, en geen lacchend’ oogjens,
Die straelden tot in ’t Moeders hert;
Als sterren die met haer gewemel:
Het aenschijn schiepen tot een Hemel,
Eer ’t met een mist betrokken wert.
  Wie kan d’ellend’ en jammer noemen,
En telle soo veel jonge Bloemen?
Die doen verwelkten, eerse nog;
Haer frisse bladeren ontlooken,
En lieffelijk voor yeder rooken;
En ’s morgens dronken ’t eerste sog.
  Bedrukte Rachel, schort dit waren:
uw kinders sterven martelaren
en eerstelingen van het zaad,
dat uit uw bloed begint te groeien
en heerlijk tot Gods eer zal bloeien
en door geen tirannie vergaat.